Een methode voor groen dat zichzelf draagt
Herhaalbaar in elke opgave, met een uitkomst die past bij de plek.
Natuur als vertrekpunt
Wil je groen dat bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatadaptatie, dat de buurt omarmt en dat na een paar jaar weinig onderhoud vraagt? Dan moeten natuur en landschap vanaf de start het vertrekpunt van de planvorming zijn, niet het sluitstuk.
De Groene Ruyt-methode helpt je daarbij. Ze is geïnspireerd op de Integrale Beplantingsmethode Ruyten en verder ontwikkeld in projecten in parken, bermen, bossen en op landgoederen. Het resultaat is een gevarieerd landschap dat bijdraagt aan biodiversiteit, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit, CO2-opslag en het afvangen van fijnstof.
De methode kent vier fasen. De betrokkenheid van bewoners loopt door alle fasen heen. De werkwijze is herhaalbaar; de uitkomst is dat niet, want elke plek is anders.
De Groene Ruyt
Utrechtseweg 24
3544 NA Utrecht
085 060 3703
1. Inzicht in de plek en de opgave
Je krijgt inzicht in de geschiedenis van het landschap, de bodem en het water: welke soorten horen hier van oudsher thuis en welke flora en fauna kun je ondersteunen? Tegelijk brengen we in kaart wat je als opdrachtgever wilt bereiken en wat de plek betekent voor de mensen die er wonen. Hoe eerder deze fase start, hoe meer ruimte er in het plan is voor natuur en biodiversiteit.
2. Een ontwerp met draagvlak
Samen met jou en de bewoners worden die inzichten vertaald naar een ontwerp. Bewoners denken mee in ontwerpsessies; wie meedenkt, is er later zuinig op. Bomen en struiken krijgen direct hun definitieve plek, op eindafstand, zodat dunnen en snoeien nauwelijks nodig is. Open velden met kruidenlagen of bloemrijk grasland zorgen voor zoveel mogelijk overgangen: van licht naar donker, van hoog naar laag, van nat naar droog.
3. Uitvoering met regie op kwaliteit
Het plantgoed wordt samengesteld bij vaste kwekers. Aannemers en hoveniers worden aangestuurd en de kwaliteit van bodemvoorbereiding en aanplant wordt bewaakt. Waar het kan, doen bewoners mee: samen planten, iets bouwen of planten voor de eigen tuin ophalen.
4. Een beheerplan dat je zelf uitvoert
Jonge aanplant vraagt een paar jaar water en gefaseerd maaien; daarna doet de natuur het meeste werk. Je krijgt een beheerplan dat je zelf kunt uitvoeren, of samen met bewoners, je hovenier of je beheerorganisatie. De lessen uit elk project worden verwerkt in de methode, zodat die zich blijft ontwikkelen.
Wat je terugziet in elk project
- Na drie tot vijf jaar weinig onderhoud: vooral strategisch maaien.
- Een beheerplan dat de opdrachtgever zelf kan uitvoeren.
- Natuur en biodiversiteit zijn vanaf de start het vertrekpunt van de planvorming.
- De historie van het landschap is het vertrekpunt voor ontwerp en soortkeuze.
- Bewoners en omwonenden zijn betrokken bij ontwerp, aanleg en beheer.
- Veel aandacht voor bodemkwaliteit en voorbereidend grondwerk.
- Bomen en struiken op eindafstand.
- Verrijking met bodembedekkers, bloemenvelden en kruidenlagen, eventueel met water, nestkasten, voederplaatsen en insectenhotels.
- Biodivers en natuurinclusief: nest-, voeder- en verblijfplekken voor vogels, vleermuizen, vlinders, bijen en andere insecten.
- Eetbare elementen die bijdragen aan beleving en waardering.
- Klimaatadaptief: water vasthouden, verkoeling, minder hittestress.
- Draagt bij aan het opvangen van stikstof en fijnstof.
De methode zelf leren toepassen
Wil je de methode zelf leren toepassen? Volg een bijeenkomst of training voor beleidsmakers, ontwerpers, hoveniers en beheerders. Binnenkort komt er ook een cursus voor ambtenaren beschikbaar.











